nare

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·re

Bijvoeglijk naamwoord

nare

  1. verbogen vorm van de stellende trap van naar


Aromaans

Zelfstandig naamwoord

nare

  1. neus


Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈnaːrɛ/
Woordafbreking
  • na·re
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
nāre no nāvi nātum
eerste vervoeging volledig

Werkwoord

nāre

  1. zwemmen