Naar inhoud springen

naartoe

Uit WikiWoordenboek
  • naar·toe
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     naartoe  
 persoonlijk     ernaartoe  
aanwijz.  nabij     hiernaartoe  
  veraf     daarnaartoe  
  vragend/betrekk.     waarnaartoe  

naartoe

  1. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord in de richting van
    • Waar ga je naartoe? 
     Na de rondleiding vraagt Marie-Claire op de parkeerplaats van het museum aan Giorgos waarom hij ons hier in godsnaam mee naartoe wilde nemen.[1]
     Na een kwartier stopte er een oude gedeukte Toyota met een mollige vrouw voorin, die vroeg waar ik naartoe moest.[2]
     Een paar maanden lang sleept hij de knuffel overal mee naartoe.[3]
  • Als prepositie gebruikt wordt het gescheiden in het voorzetsel naar en het voorzetselbijwoord toe.
Hij gaat naar zijn werk toe.
89 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[4]
  1. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be