malum

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Zelfstandig naamwoord

mălum o

  1. fout, gebrek
    • malum publicum
      • algemene tekortkoming
    • bona aut mala
      • deugden of gebreken
  2. kwaad, onheil
  3. schade, nadeel
  4. misdaad
    • irritamenta malorum
      • prikkels tot wandaden
  5. straf
  6. belediging
Verwante begrippen
Verbuiging


Zelfstandig naamwoord

Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Oud-Grieks.

mālum o

  1. appel
    • ab ovo ad mālum
      • van het begin tot het eind
  2. (poëtisch, postklassiek) iedere appelachtige vrucht
  3. fruitboom
Verwante begrippen
Verbuiging