capaciteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pa·ci·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord capaciteit capaciteiten
verkleinwoord capaciteitje capaciteitjes

Zelfstandig naamwoord

capaciteit v

  1. vermogen, kracht om een bepaalde prestatie te leveren
    - De plaatselijke ziekenhuis heeft onvoldoende capaciteit om een ramp van deze omvang te kunnen verwerken.
    - Zij laten zien dat schulden het denken gaan beheersen – ze leggen beslag op je mentale capaciteit.[3]
  2. bekwaamheid, geschiktheid, bevattingsvermogen
    - Hij heeft niet de capaciteit om naar de universiteit te gaan.
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl
  3. Folkert Jensma NRC 4 juni 2016