accu

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cu
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord accu accu's
verkleinwoord accuutje accuutjes

Zelfstandig naamwoord

accu m

  1. (elektrotechniek) een toestel om elektriciteit op te slaan
    • Een elektrische auto heeft een grote accu nodig. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen