accu

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cu
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘energiereservoir’ voor het eerst aangetroffen in 1919 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord accu accu's
verkleinwoord accuutje accuutjes

Zelfstandig naamwoord

accu m

  1. (elektrotechniek) een toestel om elektriciteit op te slaan
    • Een elektrische auto heeft een grote accu nodig. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen