Naar inhoud springen

accu

Uit WikiWoordenboek
  • ac·cu
  • In de betekenis van ‘energiereservoir’ voor het eerst aangetroffen in 1919 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord accu accu's
verkleinwoord accuutje accuutjes

deaccum

  1. (elektrotechniek) een toestel ('batterij') om elektriciteit op te slaan
    • Een elektrische auto heeft een grote accu nodig. 
  2. (figuurlijk) de geestelijke / lichamelijke reserves van een persoon
     Mijn zorgtank is leeg en ik moet nog heel wat stappen zetten — liefst in stilte — om de accu weer op te laden.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]