Naar inhoud springen

dame

Uit WikiWoordenboek
  • da·me
enkelvoud meervoud
naamwoord dame dames
verkleinwoord dametje dametjes

dedamev

  1. beschaafde vrouw
    • Het wilde jonge meisje was in de loop van de jaren een hele dame geworden. 
     ‘Welcome to Paradise, what will it be?’ Voor me stond een ronde dame vol tattoos, die in haar jonge jaren vast de het mooiste meisje van de klas was geweest.[3]
     De dame kijkt een paar keer om maar ze kan niet begrijpen wat er aan de hand is, want daar kijkt Bom wel voor uit.[4]
     Ik herken een zorgvuldig geklede oude dame die in de rij voor me in het vliegtuig zat.[5]
  2. formele term voor vrouw
    • Er is een aparte toilet voor dames en heren. 
    • Geachte dames en heren! ik heet u van harte welkom. 
     Zo noemen wij een ordinaire dame een 'vuile kledder', inclusief de toevoeging: 'As je d'r tegen de muur an smijt, blijft ze plakke.[6]
  3. (schaak) koningin in het schaakspel
    • Na de koning is de dame het belangrijkste schaakstuk. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
  1. dame op website: Etymologiebank.nl
  2. "dame" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  5. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  6. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  dame     la dame     dames     les dames  

dame v

  1. dame
  2. (schaak) dame; koningin
  3. (spel) dam (in damspel)
  4. (kaartspel) dame; vrouw

dame

  1. (spreektaal) (verouderd) logisch! [1]
vervoeging van
damer

dame

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van damer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van damer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van damer