dame

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrouw’ voor het eerst aangetroffen in 1401 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord dame dames
verkleinwoord dametje dametjes

Zelfstandig naamwoord

dame v

  1. een beschaafde vrouw
    • Het wilde jonge meisje was in de loop van de jaren een hele dame geworden. 
  2. formele term voor vrouw
    • Er is een aparte toilet voor dames en heren. 
    • Geachte dames en heren! ik heet u van harte welkom. 
  3. (schaak) de koningin in het schaakspel
    • Na de koning is de dame het belangrijkste schaakstuk. 
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak

Tussenwerpsel

dame

  1. (spreektaal) logisch! [1]

Verwijzingen