queen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord) Ontwikkeld uit Middelengels quene, queen, cwen, uit Oudengels cwēn, uit Germaans *kwēni-, verwant aan Nederlands kween “onvruchtbaar moederdier”, Deens, Noors, Zweeds kone vrouw, echtgenote. [1]
enkelvoud meervoud
queen queens

Zelfstandig naamwoord

queen

  1. (regering)(adel) koningin, het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
  2. (regering)(adel) koningin, de weduwe of echtgenote van de koning
  3. (spel) dame (bijv. bij schaken, kaarten)
  4. (insecten) het voornaamste vrouwtje dat voor de voortplanting zorgt (van bijen, mieren e.d.)
  5. (figuurlijk) de belangrijkste, mooiste, indrukwekkendste vrouw of vrouwelijke figuur
  6. (lhbt) (pejoratief) (een opzichtig gedragende) homoseksueel, nicht
  7. (lhbt) verkorting van drag queen
Antoniemen

Werkwoord

queen

  1. overgankelijk tot koningin maken
  2. onovergankelijk zich als een koningin gedragen
  3. overgankelijk (spel) tot dame promoveren (bij schaken)
  4. onovergankelijk (insecten) koningin, het voornaamste vrouwtje van een kolonie (bijen, mieren e.d.) worden
  5. overgankelijk (insecten) voorzien van een nieuwe koningin voor een kolonie (bijen, mieren e.d.)

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 11 augustus 2021 Weblink bron queen in: Oxford English Dictionary, second edition (1989) op oed.com