vorstin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vor·stin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vorstin vorstinnen
verkleinwoord vorstinnetje vorstinnetjes

Zelfstandig naamwoord

vorstin v

  1. een vrouwelijke vorst
    • Juliana en Beatrix waren Nederlandse vorstinnen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen