koninkrijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nink·rijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van koning en rijk, met regressieve assimilatie
enkelvoud meervoud
naamwoord koninkrijk koninkrijken
verkleinwoord koninkrijkje koninkrijkjes

Zelfstandig naamwoord

koninkrijk o

  1. (regering)(adel) een staatsvorm met een koning aan het hoofd
  2. (biologie) een taxonomische rang
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be