Naar inhoud springen

koninkrijk

Uit WikiWoordenboek
  • ko·nink·rijk
enkelvoud meervoud
naamwoord koninkrijk koninkrijken
verkleinwoord koninkrijkje koninkrijkjes

hetkoninkrijko

  1. (regering)(adel) staatsvorm met een koning aan het hoofd
  2. (biologie) taxonomische rang
  3. (religie) het koninkrijk gods: de hemel
     Maar wat deed de Servische-orthodoxe kerk? Zij presenteerde prins Lazar niet als een verliezer, maar als een grote held, want hij had na een bericht van God gebracht door een grijze valk gekozen voor een hemels koninkrijk en dus niet voor een werelds koninkTijk.[1]
98 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[2]