Naar inhoud springen

jager

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Jager
  • ja·ger
enkelvoud meervoud
naamwoord jager jagers
verkleinwoord jagertje jagertjes

dejagerm

  1. (beroep) iemand die op jacht gaat
     Maar Dolf wist ook dat de kleine jager machteloos was als het aankwam op ernstige conflicten.[2]
     Aan de andere kant van de deur hebben de agenten en de jager zich zojuist toegang verschaft tot een appartement met een levensgevaarlijke vechthond en de onmiskenbare afwezigheid van een levensgevaarlijke vechthond vastgesteld.[3]
     'Laat die jager dan komen,' hoort Elsa de politieagente met de groene ogen moedeloos verzuchten.[3]
  2. (militair) vliegtuig dat vooral bedoeld is om vijandelijke vliegtuigen en luchtafweer uit te schakelen
  3. (militair) type schip van de marine
  4. (militair) infanteriesoldaat van een jagerbataljon
  5. (steltloperachtigen) benaming voor roofmeeuwen, behorend tot de familie Stercorariidae op Wikispecies
  6. (scheepvaart) driehoekig zeil vooraan
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. jager op website: Etymologiebank.nl
  2. Kruistocht in spijkerbroek” op Wikipedia (1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670
  3. 1 2
    Frederik Backman
    “Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt” (2013), Volt, ISBN 9789021455808
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be