jager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ja·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jager jagers
verkleinwoord jagertje jagertjes

Zelfstandig naamwoord

jager m

  1. (beroep) iemand die op jacht gaat
  2. (militair) een jachtvliegtuig
  3. (militair) een type schip van de marine
  4. (vogels) een roofmeeuw, een vogel behorende tot de Stercorariidae op Wikispecies
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl