jachtgeweer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jacht·ge·weer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord jachtgeweer jachtgeweren
verkleinwoord jachtgeweertje jachtgeweertjes

Zelfstandig naamwoord

jachtgeweer o [1]

  1. (jachttaal) geweer dat voor de jacht op wild wordt gebruikt
     In Cetinje, de voormalige hoofdstad van Montenegro, heeft een 34-jarige man elf mensen doodgeschoten. De schutter ging na een familieruzie met een jachtgeweer naar buiten en schoot op straat op willekeurige mensen, melden Montenegrijnse media. Onder de dodelijke slachtoffers zouden ook kinderen zijn.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Zij die dromen doden slapen nooit” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044640496
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be