baantjesjager
Uiterlijk
- Geluid: baantjesjager (hulp, bestand)
- IPA: / 'bancəsjaɣər / (4 lettergrepen)
- baan·tjes·ja·ger
- samenstelling van baantje en jager met het invoegsel -s- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | baantjesjager | baantjesjagers |
| verkleinwoord |
de baantjesjager m
- (pejoratief) iemand die, ten koste van het algemeen belang, probeert allerlei goed betaalde en weinig vermoeiende baantjes voor zichzelf of zijn familie te bemachtigen, vaak gaat het over politici
- De draaideur, de dubbelfunctie, de belangenvermenging. Iedereen met een internetaansluiting weet: wie de politiek aan de kaak wil stellen moet deze drie verschijnselen even onder elkaar zetten. De taal van de boze burger - baantjesjagers, zakkenvullers - komt vanzelf vrij. Had je wat, Den Haag? Ik begrijp het wel: sommige politici - corruptieverdachten als Jos van Rey en Ton Hooijmaijers - hebben het ernaar gemaakt. Tegelijk klopt er iets niet aan de permanente ophef. Wat mankeert er eigenlijk aan als politici, vóór en na hun werk in Den Haag, een rol in de maatschappij vervullen?[2]
- Het woord baantjesjager staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Tom-Jan Meeus 6 februari 2016
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Pejoratief in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal