duvelstoejager

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • du·vels·toe·ja·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duvelstoejager duvelstoejagers
verkleinwoord duvelstoejagertje duvelstoejagertjes

Zelfstandig naamwoord

duvelstoejager m

  1. iemand die voor allerlei klusjes gebruikt kan worden
    • Voor dezelfde omroep presenteerde hij het Grand Gala van het Geweld, een van de thema-avonden die in 1980 live werden uitgezonden. Toen een man achter in de zaal zijn handen als een toeter om zijn mond vouwde en heel hard „gelul” riep, dreigde de bijeenkomst Hofland te ontglippen. Voor moderator bleek hij toch minder geschikt. Hij was beter als duvelstoejager.[1] 
    • Gerard Krul hield van mensen, van gezelschappen, van het onder vrienden en getrouwen zijn, en dan dus ook gráág met wat te drinken erbij. Nu ja, `wat` - het moest toch liefst calvados zijn wat er op dergelijke momenten onder de kurk zat, of preciezer nog: een calvados hors d`âge uit het illustere botteljaar 1944. De fles die volgens Krul de beste vuurkracht bood voor een rumoerige middag, avond en vaak ook doorwaakte nacht te midden van de uiteenlopende clubjes waarin hij als vanzelfsprekend de glansrollen van de roverhoofdman, vader, mentor, broeder-in-het-kwaad en duvelstoejager vervulde.[2]  
  2. (scheepvaart) zware sliphaak waaraan het eind van de ankerketting is opgesloten
Synoniemen

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders
48 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Hubert Smeets 22 juni 2016
  2. Volkskrant Wim de Jong 15 juni 2006