hop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Humulus lupulus

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hop
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘scharrelaarachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1270 [1] [2] [3] [4] [5]
2 enkelvoud meervoud
naamwoord hop hoppen
verkleinwoord hopje hopjes
1 enkelvoud meervoud
naamwoord hop
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hop

  1. v/m; (plantkunde) (voeding) Humulus lupulus op Wikispecies bepaalde plant die onder andere wordt gebruikt bij de bereiding van bier
  2. m; (vogels) Upupa epops, bepaalde vogel met typische kuif
  3. v/m; (dans) benaming voor een (dans)beweging op één been vgl. huppelen stap-hop-stap-hop
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
hoppen

hop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoppen
    • Ik hop. 
  2. gebiedende wijs van hoppen
    • Hop! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hoppen
    • Hop je? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
hop hops

Zelfstandig naamwoord

hop

  1. sprong, sprongetje
  2. (plantkunde) hop (Humulus lupulus)
vervoeging
onbepaalde wijs to  hop 
he/she/it  hops 
verleden tijd  hopped 
voltooid
deelwoord
 hopped 
onvoltooid
deelwoord
 hopping 
gebiedende wijs  hop 

Werkwoord

hop

  1. huppen, sprongen


Lets

Tussenwerpsel

hop

  1. hup (bij een snelle beweging omhoog)