sprongen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spron·gen

Werkwoord

vervoeging van
springen

sprongen

  1. meervoud verleden tijd van springen
    • Wij sprongen. 
    • Jullie sprongen. 
    • Zij sprongen. 

Zelfstandig naamwoord

sprongen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord sprong