hopper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hop·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hopper hoppers
verkleinwoord hoppertje hoppertjes

Zelfstandig naamwoord

hopper m [5] [6]

  1. voertuig waarmee men kan hoppen
  2. trechtervormige laadruimte met een losklep
  3. (scheepvaart) vaartuig, ingericht met een trechtervormige laadruimte, om bagger te vervoeren, onderlosser
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

Woordafbreking
  • hop·per

Werkwoord

hopper

  1. tegenwoordige tijd van hoppe

Zelfstandig naamwoord

hopper, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van hoppe


Noors

Woordafbreking
  • hop·per
Naar frequentie 1842

Werkwoord

hopper

  1. tegenwoordige tijd van hoppe

Zelfstandig naamwoord

hopper, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van hoppe


Nynorsk

Woordafbreking
  • hop·per

Zelfstandig naamwoord

hopper, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van hoppe