helen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
helen
heelde
geheeld
zwak -d volledig

Werkwoord

helen

  1. (ergatief) gezond worden
    Die wond heelt niet goed als hij niet verzorgd wordt.
  2. (overgankelijk) gestolen goed in ontvangst nemen
    Je hebt die spullen geheeld en dat is strafbaar.
Vertalingen