gezond

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zond
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gezond gezonder gezondst
verbogen gezonde gezondere gezondste
partitief gezonds gezonders -

Bijvoeglijk naamwoord

gezond

  1. vrij van ziektes en zeertes
    • Hij is nog goed gezond voor zijn leeftijd. 
  2. bevorderlijk voor een goede conditie
    • Lichaamsoefening is gezond voor een mens. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zonnen

gezond

  1. voltooid deelwoord van zonnen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie