gezond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·zond
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘niet ziek’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • vervoeging van zonnen: de stam met omvoegsel ge- -d [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gezond gezonder gezondst
verbogen gezonde gezondere gezondste
partitief gezonds gezonders -

Bijvoeglijk naamwoord

gezond

  1. vrij van ziektes en zeertes
    • Hij is nog goed gezond voor zijn leeftijd. 
  2. bevorderlijk voor een goede conditie
    • Lichaamsoefening is gezond voor een mens. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
zonnen

gezond

  1. voltooid deelwoord van zonnen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen