bedekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dek·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van dekken met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedekken
bedekte
bedekt
zwak -t volledig

Werkwoord

bedekken

  1. (overgankelijk) iets over iets heen plaatsen zodat het niet zichtbaar is
    We moesten de spullen in de kofferbak bedekken tegen dieven.
    In moslim landen moeten het vrouwen hun haar bedekken.
  2. (kookkunst) een product met saus of iets anders overgieten
Synoniemen
Vertalingen