hamel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·mel
enkelvoud meervoud
naamwoord hamel hamels
verkleinwoord hameltje hameltjes

Zelfstandig naamwoord

hamel m

  1. (dierkunde) een gecastreerde ram [1]
    De hamel overleed door de ziekte.
  2. (insecten) emelt [2]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders
40 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl (ram)
  2. etymologiebank.nl (insect)


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord hamel hamels

Zelfstandig naamwoord

hamel

  1. hamel