grave

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·ve

Zelfstandig naamwoord

grave

  1. datief van graf, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
Uitdrukkingen en gezegden

Werkwoord

vervoeging van
graven

grave

  1. aanvoegende wijs van graven


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
grave graves

Zelfstandig naamwoord

grave

  1. graf


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief grave graven
genitief graven graven
datief grave graven
accusatief grave graven

Zelfstandig naamwoord

grave m

  1. graaf


Frans

  enkelvoud meervoud
  mannelijk  /
  vrouwelijk  
grave graves

Bijvoeglijk naamwoord

grave

  1. erg, ernstig

Werkwoord

vervoeging van
graver

grave

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van graver
  1. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van graver
  1. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van graver


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·ve
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk naamwoord [A]: afkomstig uit het Italiaanse, dat van het Latijnse woord gravis (zwaar) komt
  • Bijvoeglijk naamwoord [B]: afkomstig van het Franse woord grave, dat van het Latijnse gravis (zwaar) komt
  • Werkwoord [A]: afkomstig van het Oudnoorse woord grafa
Naar frequentie 2536

Bijvoeglijk naamwoord

[A] grave

  1. grave (alleen gebruikt in de samenstelling accent grave)
Afgeleide begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

[B] grave

  1. (muziek) grave (muziekterm: ernstig en zwaar, zeer langzaam)
Verwante begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs grave
tegenwoordige tijd graver
verleden tijd gravde
grov
voltooid
deelwoord
gravd
onvoltooid
deelwoord
gravende
lijdende vorm graves
gebiedende wijs grav
vervoegingsklasse Klasse 3 zwak
opmerking [A]

Werkwoord

[A] grave

  1. (overgankelijk) graven
    «Det ble nødvendig å grave ny grøft og legge ny kabel.»
    Het was nodig een nieuwe geul te graven en nieuwe kabels te leggen.
  2. (overgankelijk) opbreken
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs grave grave
tegenwoordige tijd graver graver
verleden tijd gravet
grava
gravde
voltooid
deelwoord
gravet
grava
gravd
onvoltooid
deelwoord
gravende gravende
lijdende vorm graves graves
gebiedende wijs grav grav
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak Klasse 3 zwak
opmerking [B]
optioneel
[B]
optioneel

Werkwoord

[B] grave

  1. (overgankelijk) begraven (vis op een bepaalde manier aanmaken, zoals begraven zalm)


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • gra·ve
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk naamwoord: afkomstig uit het Italiaanse, dat van het Latijnse woord gravis (zwaar) komt
  • Werkwoord: afkomstig van het Oudnoorse woord grafa

Bijvoeglijk naamwoord

grave

  1. grave (alleen gebruikt in de samenstelling accent grave)
Afgeleide begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

grave

  1. (muziek) grave (muziekterm: ernstig en zwaar, zeer langzaam)
Verwante begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs grave
grava
tegenwoordige tijd grev
verleden tijd grov
voltooid
deelwoord
grave
onvoltooid
deelwoord
gravande
lijdende vorm gravast
gebiedende wijs grav
vervoegingsklasse Klasse 6 sterk
opmerking

Werkwoord

grave

  1. (overgankelijk) graven
  2. (overgankelijk) opbreken
  3. (overgankelijk) begraven (vis op een bepaalde manier aanmaken, zoals begraven zalm)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen


Spaans

  enkelvoud meervoud
mannelijk grave graves
vrouwelijk grave graves

Bijvoeglijk naamwoord

grave

  1. ernstig, serieus