gif

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gif
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gif giffen
verkleinwoord gifje gifjes

Zelfstandig naamwoord

gif o

  1. een substantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord gif giwwe

Zelfstandig naamwoord

gif

  1. gif


Oudnederlands

Werkwoord

gif

  1. gebiedende wijs enkelvoud van geuon: geef!