Naar inhoud springen

gif

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: GIF

Universeel taalgebruik

Woordherkomst en -opbouw

Symbool

gif o

  1. (informatica) extensie voor bestanden waarin een rasterafbeelding of een animatie daarvan in een bepaalde codering is vastgelegd
Synoniemen
Opmerkingen
  • Als onderdeel van een bestandsnaam is een extensie het laatste deel, voorafgegaan door een punt.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gif
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gif giffen
verkleinwoord gifje gifjes

Zelfstandig naamwoord

het gifo

  1. (fysiologie) substantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord gif gifs
verkleinwoord gifje gifjes

Zelfstandig naamwoord

[B] de gifv / m

  1. (informatica) bestand waarin een rasterafbeelding of een animatie daarvan in een bepaalde codering is vastgelegd
     Aanvankelijk was een gif iets anders dan de bewegende plaatjes die tegenwoordig veel online worden gedeeld. Met het bestand konden hoogwaardige afbeeldingen zodanig worden verkleind, dat ze beschikbaar werden voor de lage internetsnelheden van toen.[2]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. gif op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 22 augustus 2023 Weblink bron “Bedenker van de gif-afbeelding Stephen Wilhite (74) overleden” (24 maart 2022) op nu.nl op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord gif giwwe

Zelfstandig naamwoord

gif

  1. gif


Oudnederlands

Werkwoord

gif

  1. gebiedende wijs enkelvoud van geuon: geef!