gif

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gif
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gif giffen
verkleinwoord gifje gifjes

Zelfstandig naamwoord

gif o

  1. een substantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van de Engelse afkorting: graphics interchange format
enkelvoud meervoud
naamwoord gif gifs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gif m / v

  1. (informatica) een bepaald bestandstype waarmee plaatjes worden vastgelegd


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord gif giwwe

Zelfstandig naamwoord

gif

  1. gif


Oudnederlands

Werkwoord

gif

  1. gebiedende wijs enkelvoud van geuon: geef!