gifbelt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gif·belt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gifbelt gifbelten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gifbelt v/m

  1. stortplaats voor giftig afval
    • De sanering van de oude gifbelt gaat miljoenen kosten. 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.

Meer informatie