vergeven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergeven
vergaf
vergeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

vergeven

  1. overgankelijk vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen
    • Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.[2] 
    • Ik ben bereid het hem te vergeven. 
  2. overgankelijk iemands gezondheid schaden door het toedienen van vergift
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: vergeven…
geen verbogen vorm

vergeven

  1. voltooid deelwoord van vergeven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen