vergeven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergeven
vergaf
vergeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

vergeven

  1. overgankelijk vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen
    • Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.[2] 
    • Ik ben bereid het hem te vergeven. 
  2. overgankelijk iemands gezondheid schaden door het toedienen van vergift
  3. iemand iets schenken
     Toen het loket in maart voor de eerste keer openging, was het geld ook binnen enkele uren vergeven. Door de grote toestroom ontstonden toen zelfs IT-problemen.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: vergeven…
geen verbogen vorm

vergeven

  1. voltooid deelwoord van vergeven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. vergeven op website: Etymologiebank.nl
  2. Bron: Onzevader op Wikipedia (nld)
  3. Bronlink geraadpleegd op 30 juni 2022 Weblink bron “STAP-budget al binnen 2,5 uur op door stortvloed aan aanvragen” (01 juli 2022), NU.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be