eind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eind einden
verkleinwoord eindje eindjes

Zelfstandig naamwoord

eind o

  1. een afstand van beperkte lengte
    Hij liep een eind en keerde dan weer terug.
  2. daar waar iets ophoudt, het uiterste deel van iets
    Het eind van de film was erg voorspelbaar.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
einden

eind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van einden
    Ik eind.
  2. gebiedende wijs van einden
    Eind!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van einden
    Eind je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eind einde

Zelfstandig naamwoord

eind

  1. eind