eind

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eind einden
verkleinwoord eindje eindjes

Zelfstandig naamwoord

eind o

  1. een afstand van beperkte lengte
    • Hij liep een eind en keerde dan weer terug. 
  2. daar waar iets ophoudt, het uiterste deel van iets
    • Het eind van het boek was heel spannend. 
  3. het moment dat iets ophoudt
    • Het eind van de film was erg voorspelbaar. 
  4. het laatste deel van iets
    • Ik ben eind juli geboren. 
  5. een kort stukje
    • Ik maakte het pakje dicht met een eindje touw 
    • Het is nog maar een klein eindje lopen dan zijn we thuis. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • eind goed, al goed
als iets goed afloopt dan zijn alle problemen die er geweest zijn vergeten.
  • aan het kortste eind trekken
een strijd verliezen
  • aan het langste eind trekken
een strijd winnen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
einden

eind

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van einden
    • Ik eind. 
  2. gebiedende wijs van einden
    • Eind! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van einden
    • Eind je? 


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eind einde

Zelfstandig naamwoord

eind

  1. eind