eindsprint

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

eindsprint van een wielerwedstrijd
Uitspraak
Woordafbreking
  • eind·sprint
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eindsprint eindsprinten
eindsprints
verkleinwoord eindsprintje eindsprintjes

Zelfstandig naamwoord

eindsprint

  1. (sport) een versnelling aan het einde van een wedstrijd
    • Vincenzo Nibali won de etappe, die over 222 kilometer van Rovetta naar Bormio voerde. Nibali probeerde op de slotklim meerdere keren weg te rijden bij Quintana. De Colombiaan pareerde al zijn aanvallen. In de afdaling richting finishplaats Bormio slaagde meesterdaler Nibali er wel in weg te rijden. In de eindsprint klopte hij de Spanjaard Mikel Landa. Dankzij zijn zege stijgt Nibali naar de derde plek in het algemeen klassement.[1] 
    • Terwijl topatlete Ruth van der Meijden op de finishstrook aanzet voor haar eindsprint, beginnen verderop een paar honderd vrouwen aan een gezamenlijke warming-up. 'Laat maar schudden, die billen', schalt het vanaf een podium door het Nijmeegse Park Brakkenstein. Zo gaat dat bij het grootste hardloopevenement voor vrouwen in Nederland, de Marikenloop.[2]  
  2. (figuurlijk) een laatste flinke inspanning om iets tot een goed einde te brengen
    • Het nabije buitenland constateerde ook dat Rutte een goede eindsprint had gehad, mede dankzij de ruzie met Turkije. „De overtuigende overwinning van Rutte heeft een Turkse vader: Recep Tayyip Erdogan”, aldus Der Spiegel. [3] 
Synoniemen
Hyponiemen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC Vincent Sondermeijer 23 mei 2017
  2. Volkskrant Iwan Tol 22 mei 2017,
  3. NRC Michel Kerres 17 maart 2017