hoofdeind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bed met een verhoogd hoofdeind
Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·eind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdeind hoofdeinden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hoofdeind o [1]

  1. deel van bed waar normaliter het hoofd ligt
    • Al tijdens de eerste dagen van zijn ziekte begreep hij, ondanks de troostende woorden van de doktoren, dat hij niet meer zou opstaan. De gravin bracht zonder zich uit te kleden twee weken in een stoel bij zijn hoofdeinde door. Iedere keer wanneer ze hein medicijnen gaf, kuste hij snikkend, zonder iets te zeggen, haar hand.[2] 
    • Hij gaat bij Hitler op bezoek in zijn woning in de Thierschstrasse 41, waar hij als een armoedige kantoorbediende huist, extreem bescheiden: een kleine kamer met een groot bed, te breed voor de hoek waarin het staat zodat het hoofdeinde een stuk boven het smalle raam uitsteekt. [3] 
  2. einde van een voorwerp waar normaliter het hoofd is
    • - Zo presenteert De Vries, in zijn boek over vele aspecten van het Laatste Oordeel in de westerse kunst en architectuur, opmerkelijke decoraties zoals die - na het voortijdig openbreken ervan - werden aangetroffen aan de binnenkant van veertiende-eeuwse grafkisten uit de Zuidelijke Nederlanden. Deze schilderingen waren duidelijk slechts bedoeld voor de overledene. Bij het Laatste Oordeel zou hij, aan zijn voeteneind een voorstelling zien van de Maagd Maria die een goed woordje voor hem kon doen. Aan het hoofdeind wist hij zich gesterkt door de rugdekking van de gekruisigde Christus. [4] 
    • - Hang een lap stof over het hoofdeind van de stoelen met daarop twee keer de tekst voor zowel reiziger als achterbuur: Dit is een stiltecoupé. [5] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tolstoj, L.N. Oorlog en Vrede Deel 4 Vertaald uit het Russisch door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes 2006 ISBN 9028240462 pagina 1452
  3. Knausgard, Karl Ove Vrouw 2015 ISBN 978-90-445-3227-2 pagina 670
  4. NRC Bram de Klerck 20 maart 2015
  5. Volkskrant 30 april 2016