eindbestemming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eind·be·stem·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eindbestemming eindbestemmingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eindbestemming v

  1. de plaats waar men uiteindelijk naar toereist
    • Deze trein heeft Groningen als zijn eindbestemming. 
Vertalingen

Gangbaarheid