achtereind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·eind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achtereind achtereinden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

achtereind o

  1. het achterste deel van een voorwerp
    • Met een krachtige röntgenbron filmden ze de binnenkant van de groene rupsen terwijl ze vooruit kropen. Van de buitenkant lijkt de rups simpelweg op zijn pootjes voorwaarts te gaan. Eén stel poten aan het achtereind, vier paar in het midden, drie paar aan de voorkant. Maar in werkelijkheid schuift de darm al naar voren als de rups zijn achterste stel poten verzet. De middelste pootjes lopen bijna een seconde achter.[2] 
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zo stom als het achtereind van een koe of varken
een heel dom persoon
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. achtereind op website: Etymologiebank.nl
  2. NRC Hester van Santen 31 juli 2010