Naar inhoud springen

binnenplaats

Uit WikiWoordenboek
De 'binnenplaats van "Palazzo Pestalozza" in Arluno op Wikipedia (nl)
  • bin·nen·plaats
enkelvoud meervoud
naamwoord binnenplaats binnenplaatsen
verkleinwoord binnenplaatsje binnenplaatsjes

debinnenplaatsv/m

  1. een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
    • In de zomer konden we uren op de binnenplaats zitten. 
     Tijdens Quicks afwezigheid vroeg Pamela me om samen met haar op de binnenplaats onze boterhammen op te eten, waardoor de receptie even onbemand was.[1]
     Ik bereik de boerderij en loop de binnenplaats op.[2]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be