celý

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Slowaaks

Uitspraak
  • IPA: /tsɛliː/

Bijvoeglijk naamwoord

celý

  1. compleet, geheel, heel, volledig; zodoende, dat er niets mist.
  2. heel; een grote maat uitdrukkend.


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ce·lý
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

celý

  1. compleet, geheel, heel, volledig; zodoende, dat er niets mist.
  2. heel; een grote maat uitdrukkend.
  3. (spreektaal) typisch, precies, helemaal
Verbuiging


Vervoeging
Synoniemen
  1. kompletní, plnohotnotný, plný, stoprocentní, úplný
  2. veškerý, všechen
  3. -
Antoniemen
  1. částečný, dílčí, necelý
  2. -
  3. -
Afgeleide begrippen
Verwijzingen