best

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • best
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

best

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van goed
    • Dit is goed dat is beter maar wat je een week geleden gedaan hebt is het best. 
  2. goed
    • Hij is een beste vent. 
    • Al mijn vrienden zijn beste mensen. 
  3. (als aanspreekvorm) vriendelijke aanhef van bijv. brief of toespraak (iets minder formeel dan geachte); ook wel ironisch gebruikt, dan juist als blijk van belediging of minachting
    • Beste Piet, wij danken je voor 40 jaar trouwe dienst. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • het beste beentje voor zetten
zich maximaal inspannen
  • het beste paard van stal
de hardst werkende of meest gewaardeerde persoon in een groep
  • van twee kaden de beste kiezen
de voorkeur geven aan de minst slechte van twee onaangename dingen
Spreekwoorden
Ook diegene die het kundigst is, maakt fouten
  • Ervaring is de beste leermeester
Van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste
  • Het beste paard struikelt (ook) wel eens
Ook de beste maakt wel eens een fout
  • Het beste paard van stal wordt overgeslagen
Grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt
  • Ondervinding is de beste leermeester
Door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst

Bijwoord

best best

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van goed
    • Ik weet niet wie van mijn zoons het best kan koken. 
  2. als bevestiging dat iets goed is om te doen
    • Wij kunnen best naar een nieuwe opzet kijken. 
  3. tamelijk
    • Hij is best stoer. 
     Het engste van alleen op pad gaan is de definitieve beslissing om het ook echt te gaan doen. Daarna valt gek genoeg alles best mee.[6]
Typische woordcombinaties
  • het best
  • het beste
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Ten beste geven
Voordragen (v.e. lied, gedicht e.d.); (bij uitbreiding) in het algemeen blijk van iets geven
Spreekwoorden
Als je ergens vlak bij bent, heb je daar vaak meer voordeel van dan wanneer dat niet het geval is
  • Oost west, thuis best
Waar je ook bent, thuis voel je je beter op je gemak
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord best
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

best o

  1. (alleen in enkele vaste combinaties, m.n. mijn/jouw/zijn/haar, ... ~ doen, op mijn/jouw/zijn/haar, ... ~zijn) een perfecte toestand
    • Iedereen had zijn best gedaan, maar het was niet gelukt. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zijn opperste / uiterste / stinkende[7] best doen
Heel erg zijn best doen
  • Op zijn paasbest zijn
In een zo perfect mogelijke toestand verkeren, er zo goed mogelijk uitzien, zo goed als mogelijk presteren enz.
Spreekwoorden
  • lest best
    aan het eind van een reeks vind je wat of wie het best voldoet
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Oudnederlands Woordenboek
  3. best op website: Etymologiebank.nl
  4. best op website: Etymologiebank.nl
  5. "best" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  6. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  7. Er is wel geopperd dat "stinkend" hier zou verwijzen naar het zindelijk leren worden van een jong kind, maar veel taalkundigen achten het waarschijnlijker dat stinkend hier eenvoudigweg een versterkende toevoeging is, zie bronnenvankennis.nl
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

Bijvoeglijk naamwoord

best

  1. overtreffende trap van good
  2. overtreffende trap van well


Noors

Woordafbreking
  • best

Bijvoeglijk naamwoord

best, m / v / o / mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van bra

Bijvoeglijk naamwoord

best, m / v / o / mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van god

Bijwoord

best

  1. overtreffende trap van bra

Zelfstandig naamwoord

best o

  1. beest, apaat, ondier
  2. (scheldwoord) kreng, loeter
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   best     bestet     best     besta
bestene  
genitief   bests     bestets     bests     bestas
bestenes  
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • best

Bijvoeglijk naamwoord

best, m / v / o / mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van bra

Bijvoeglijk naamwoord

best, m / v / o / mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van god