bestwil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • best·wil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bestwil -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bestwil v/m

  1. om ~ gerechtvaardigd door het goede doel
    • Dat was een leugentje om bestwil, maar het bleef wel een leugen. 
  2. eigen ~ in eigen belang ondanks bezwaren
    • Het mensenrecht om, ter bescherming van zichzelf, al dan niet vrijwillig, maar steeds voor eigen bestwil, door de overheid gecorrigeerd te mogen worden op zindelijke en correcte opvattingen en meningsuitingen.[2] 
    • De psychiatrische patiënt moest voor eigen bestwil gedwongen worden opgenomen in een kliniek. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. bestwil op website: Etymologiebank.nl
  2. Een door allejezus.net aan Hirsch Ballin toegeschreven uitspraak