terzijde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·zij·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord terzijde terzijdes
terzijden
verkleinwoord terzijdetje terzijdetjes

Zelfstandig naamwoord

terzijde o [1]

  1. tekst die in een toneelstuk tot het publiek gericht wordt zonder dat de andere spelers dit zouden merken
  2. zijdelingse opmerking

Bijwoord

terzijde

  1. terloops
    • De terzijde gemaakte opmerking moet je niet serieus nemen. 
  2. naar opzij
  3. aan de zijkant
  4. iemand terzijde staan = iemand helpen
    • De huisarts stond zijn patiënten terzijde in moeilijke tijden. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen