Naar inhoud springen

praat

Uit WikiWoordenboek
  • praat
enkelvoud meervoud
naamwoord praat -
verkleinwoord praatje praatjes

praat m

  1. het spreken over een bepaald onderwerp
    • Wat is dat voor rare praat! 
     Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.[1]
  • aan de praat krijgen
zorgen dat iets weer werkt
 Om dit toestel weer aan de praat te krijgen, moet u de transformator vervangen. 
vervoeging van
praten

praat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van praten
  2. gebiedende wijs van praten
     Ze praat zacht en is lief.[2]
     En natuurlijk, ik weet dat wanneer ik zo op de vrolijke babbeltoer ben, mensen me snel voor leeghoofdig verslijten, maar ik praat juist veel omdat mijn hoofd vol is.[2]
     Ik voel Hannahs zwaarte, Joy's stuurse zwijgen, Bibi's verweesdheid. En dus praat ik. Ik babbel. Ik kabbel. Ik zorg ervoor dat er een zacht stroompje tussen ons in loopt. Ik probeer het léúk te houden. Dat deed ik dus ook toen we in het hotel waren aangekomen en ik Joy op een naaistreek betrapte.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. 1 2 3
    Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be