praat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praat
enkelvoud meervoud
naamwoord praat -
verkleinwoord praatje praatjes

Zelfstandig naamwoord

praat m

  1. het spreken over een bepaald onderwerp
    • Wat is dat voor rare praat! 
     Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • aan de praat krijgen
zorgen dat iets weer werkt
• Om dit toestel weer aan de praat te krijgen, moet u de transformator vervangen. 

Werkwoord

vervoeging van
praten

praat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van praten
  2. gebiedende wijs van praten
Anagrammen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be