origineel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ori·gi·neel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord origineel originelen
verkleinwoord origineeltje origineeltjes

Zelfstandig naamwoord

origineel o [2]

  1. een voorwerp dat is gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker
    • De kopie van het schilderij was bijna niet van het origineel te onderscheiden. 
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen origineel origineler origineelst
verbogen originele originelere origineelste
partitief origineels originelers -

Bijvoeglijk naamwoord

origineel

  1. enige of zeer zeldzaam in zijn soort, eigenaardig
    • De originele act werd opgemerkt door een aantal bekende tv-makers. 
  2. gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker, oorspronkelijk
    • Het originele schilderij werd voor veel geld verkocht aan het museum. 
  3. vernieuwend
    • hij is een heel originele kunstenaar 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie