geïsoleerd
Uiterlijk
- Geluid: geïsoleerd (hulp, bestand)
- ge·iso·leerd
| vervoeging van: | isoleren… |
| verbogen vorm: | geïsoleerde |
geïsoleerd
- voltooid deelwoord van isoleren
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | geïsoleerd | geïsoleerder | geïsoleerdst |
| verbogen | geïsoleerde | geïsoleerdere | geïsoleerdste |
| partitief | geïsoleerds | geïsoleerders | - |
geïsoleerd
- afgezonderd van de omgeving
- De besmettelijke patiënt moest in een geïsoleerde kamer worden behandeld.
- Het goed geïsoleerde huis was makkelijk te verwarmen.
- ver weg van alles en iedereen; afgezonderd van alles en iedereen
- Hij woonde in een geïsoleerd dorpje in de bergen.
- ▸ In de eerste plaats liet hij de landengte van het schiereiland waar de Utopiërs woonden, doorgraven zodat het een geïsoleerd eiland werd.[1]
- ▸ Deze conclusie, zijn verklaring van plichtsbesef en de resten van zijn garnalensoesje spoelde hij weg met een grote slok zoete witte wijn, terwijl ik bleef zitten met de vraag hoe hij vanuit dit geïsoleerde hotel, dat op honderden kilometers van zee lag, leiding gaf aan een intercontinentaal georiënteerd maritiem bedrijf, maar ik durfde het niet te vragen, want hij had alweer een nieuw roesje in zijn mond gestopt.[2]
- Het woord geïsoleerd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers
, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 30