afgelegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·le·gen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afgelegen afgelegener afgelegenst
verbogen - - afgelegenste
partitief afgelegens - -

Bijvoeglijk naamwoord

afgelegen

  1. op grote afstand gelegen van menselijke activiteit
    We zijn nu onderweg naar een afgelegen dorpje.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
afliggen

afgelegen

  1. voltooid deelwoord van afliggen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.