een of ander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • een of an·der
1 stellend
onverbogen een of ander
verbogen een of andere

Onbepaald voornaamwoord

een of ander

  1. bijvoeglijk een niet nader bepaalde
    • Hij had dat met een of andere olie ingewreven. 
  2. zelfstandig het ~, iets niet nader bepaalds
    • Hij heeft daar wel het een of ander over gezegd, maar erg duidelijk was het niet. 
  3. zelfstandig de ~, iemand niet nader bekend
    • De een of ander heeft dat stuk gemaakt. 

Gangbaarheid