veranderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
veranderen veranderd
verandering
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·an·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veranderen
veranderde
veranderd
zwak -d volledig

Werkwoord

veranderen

  1. overgankelijk zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
    • We hebben daarna de procedure grondig veranderd. 
  2. wederkerend zich ~ - zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt
    • Zich te veranderen is een moeilijke zaak. 
  3. ergatief het proces van anders worden
    • Het weer veranderde plotseling. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.