adres

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adres
enkelvoud meervoud
naamwoord adres adressen
verkleinwoord adresje adresjes

Zelfstandig naamwoord

adres o

  1. aanduiding van de plaats, straat en huisnummer waar iemand woont of iets is gevestigd
    Tegenwoordig is postcode en huisnummer voldoende voor een uniek adres.
    Geef me je adres en ik zal je een brief sturen.
    (informatica) bij registratie van het adres worden woonplaats en postcode meestal in een apart attribuut aangebracht zodat in het attribuut adres alleen straatnaam en huisnummer overblijven
  2. verzoek, aan een bevoegde macht gericht
    Het bezwaar werd aan de regering geadresseerd.
  3. (informatica) geheugenplaats in een computer
    Bij de meeste moderne computers werkt men met 64-bits adressen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord adres adresse

Zelfstandig naamwoord

adres

  1. adres


Pools

Zelfstandig naamwoord

adres m

  1. adres
Verbuiging


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /adrɛs/


Woordafbreking
  • ad·res

Zelfstandig naamwoord

adres

  1. genitief meervoud van adresa


Turks

Zelfstandig naamwoord

adres

  1. adres