Naar inhoud springen

Lucas

Uit WikiWoordenboek
  • Lu·cas
  enkelvoud
nominatief   Lucas  
genitief   Lucas'  

Lucas m

  1. (religie) naam van een van Jezus' volgelingen, traditioneel beschouwd als schrijver van een van de Evangeliën
     Ze besluit met de heldere woorden van Lucas. 'Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw vertroosting reeds. Wee u, die nu overvloed hebt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult smart hebben en wenen.'[4]
  2. (religie) boek in de Bijbel, een van de vier Evangeliën
  3. (mannelijke naam) jongensnaam
     Opgeleid door Lucas Windelbreke, de beroemde klokkenmaker uit Brugge.[4]
     Ze kibbelen over de vraag of ze Lucas, de kat, bereid kunnen vinden een feestelijke verjaardagskraag te dragen.[5]
[2] boeken in de christelijke Bijbel
 Oude Testament  


 Apocriefen  
aanvullingen op boeken
hiervoor gemarkeerd met
*
 Nieuwe Testament  
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Vroegmiddelnederlands Woordenboek
  3. verklaring: Lucas in de Nederlandse Voornamenbank van het Meertens Instituut op de website van de KNAW
  4. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332