Naar inhoud springen

Romeinen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ro·mei·nen
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

de Romeinenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Romein
     Met aparte vuilniscontainers moedigt het stadsbestuur de Romeinen aan afval te sorteren.[2]
  2. alleen meervoud volk dat rond het begin van de westerse jaartelling een rijk vormde dat alle gebieden rond de Middellandse Zee omvatte
     Judea, zomer 132 n.Chr.: de Joden komen in opstand tegen de Romeinen.[3]

Eigennaam

Romeinen m

  1. (religie) boek in het Nieuwe Testament in de vorm van een brief van Paulus aan de christenen in Rome
     Van het totale 'corpus paulinum', zoals het heet, zijn maar zeven brieven authentiek: Romeinen, 1 en 2 Korinthiers, Galaten, Filippenzen, 1 Tessalonicenzen en Filemon.[4]
Verwante begrippen
boeken in de christelijke Bijbel
 Oude Testament  


 Apocriefen  
aanvullingen op boeken
hiervoor gemarkeerd met
*
 Nieuwe Testament  

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 7 december 2021 Weblink bron
    Ine Roox
    “Ook onder Vijf Sterren is het blijven stinken in Rome” (3 oktober 2021) op nrc.nl op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 7 december 2021 Weblink bron
    Jona Lendering
    “De opstand die het Joodse leven voorgoed veranderde” (4 november 2021) op nrc.nl op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 7 december 2021 Weblink bron
    H.M. Kuitert
    “Wil de echte eerste christen opstaan; Den Heyer over Paulus” (6 november 1998) op nrc.nl op Wikipedia