trekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trek·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| trekken /'trɛkə(n)/ |
trok /trɔk/ |
getrokken /ɣə'trɔkə(n)/ |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
trekken
- (overgankelijk) voor het zwaartepunt van een voorwerp een kracht uitoefenen in een richting die ervan wegvoert
- Hij trok zijn gevallen fiets uit de modder.
- (overgankelijk) een lijn aanbrengen
- Door twee punten kan een rechte lijn getrokken worden.
- (ergatief) een lange tocht uitvoeren
- Deze vogels trekken 's winters naar Zuid-Afrika.
- aandacht opwekken
- Deze tentoonstelling trok erg veel publiek.
Synoniemen
- [4]: aantrekken, interesseren
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: iemand over de streep trekken
Vertalingen
1. op een voorwerp een kracht uitoefenen in een richting die ervan wegvoert
iemand over de streep trekken
|
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
nog te sorteren
|
Zelfstandig naamwoord
trekken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord trek
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 3 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Na te kijken vertalingen
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands