samentrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samentrekken
trok samen
samengetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

samentrekken

  1. (overgankelijk) in elkaar trekken
    De hartspier trekt ongeveer zestig keer per minuut samen.
Vertalingen