betrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| betrekken |
betrok |
betrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
betrekken
- (overgankelijk) zich in een woning installeren
- Zij betrokken een huis is de Warmoesstraat.
- (overgankelijk) (artikelen) kopen, verkrijgen, verwerven
- Zij betrokken hun fruit van de markt.
- (overgankelijk) ~ op: in verband of relatie brengen met
- De aanwezigheid van de Amerikanen in Irak wordt vaak betrokken op de grote olievoorraden van dat land.
- (overgankelijk) ~ bij: deel laten hebben aan een activiteit
- Hij betrok zelfs zijn ouders bij zijn criminele activiteiten.
- (ergatief) (meteorologie) bewolkt raken
- We hadden lekker buiten in het zonnetje gezeten, maar geleidelijk was de lucht betrokken en werd het killer.
- (ergatief) (van een gezicht e.d.) somber worden
Verwante begrippen
| Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
betrekken • bliksemen • dauwen • donderen • dooien • gieten • hagelen • ijzelen • miezeren • misten • motregenen • nevelen |
|||||||||||
Vertalingen
3. in verband of relatie brengen (met)
|
5. bewolkt raken
6. somber worden