overtrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·trek·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overtrekken |
overtrok |
overtrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
overtrékken
- (overgankelijk) een nieuwe stoffen bekleding aanbrengen
- Die meubels kunnen best nog een keer overtrokken worden.
- (overgankelijk) overdreven voorstellen
- Volgens de minister was het probleem door de pers zwaar overtrokken.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overtrekken |
trok over |
overgetrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
óvertrekken
- (ergatief) trekkend een gebied, dam of brug enz. passeren
- De Carthagers waren de Alpen overgetrokken en vielen Rome aan.
- (overgankelijk) de contouren natekenen
- De tekening overtrekken met een potlood.
Synoniemen
- [3] natrekken
Zelfstandig naamwoord
overtrekken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord overtrek
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Sterk werkwoord klasse 3 in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands