doortrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·trek·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doortrekken |
trok door |
doorgetrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
(scheidbaar)
dóórtrekken
- (overgankelijk) een lijn verlengen.
- Deze weg is nu doorgetrokken tot over de grens.
- (ergatief) zich door een gebied heen begeven.
- We zijn de gehele Sahara doorgetrokken.
- (overgankelijk) de inhoud van de stortbak van een toilet ledigen.
- Ik wilde doortrekken maar de stortbak werkt niet goed.
(niet scheidbaar)
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doortrekken |
doortrok |
doortrokken |
| klasse 3 | volledig | |
doortrékken
- (overgankelijk) door een materiaal heen diffunderen.
- Dat hele tapijt is doortrokken met die geur.
Vertalingen
dóórtrekken
doortrèkken