terugtrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·rug·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
terugtrekken
trok terug
teruggetrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

terugtrekken

  1. (wederkerend) (militair) een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten
    Amerika heeft zich na tien jaar nog steeds niet teruggetrokken uit Afghanistan.
  2. (overgankelijk) een uitgestoken lichaamsdeel weer verwijderen
    Hij trok snel zijn hand terug toen hij voelde hoe heet de plaat was.