terugtrekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·rug·trek·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| terugtrekken |
trok terug |
teruggetrokken |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
terugtrekken
- (wederkerend) (militair) een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten
- Amerika heeft zich na tien jaar nog steeds niet teruggetrokken uit Afghanistan.
- (overgankelijk) een uitgestoken lichaamsdeel weer verwijderen
- Hij trok snel zijn hand terug toen hij voelde hoe heet de plaat was.