vertrekken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·trek·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vertrekken
vertrok
vertrokken
klasse 3 volledig

Werkwoord

vertrekken

  1. (ergatief) weggaan.
    We waren de dag daarvoor vertrokken.
  2. (ergatief) van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen
    Zijn gezicht vertrok van woede.
Antoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vertrekken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vertrek